Rookvrije Zorg

Identificatie, diagnostiek en stopbegeleiding

Internationale normen benadrukken een systematische aanpak voor het identificeren, diagnosticeren en vastleggen van het rookgedrag als een centraal klinische aspect. In de Nederlandse setting heeft het om praktische en juridische redenen de voorkeur om tabaksgebruikers van een kort stopadvies te voorzien door uitnodigende informatie beschikbaar te stellen en er zichtbaar over te communiceren. Hierbij dienen alle rokers te worden bereikt. Daar waar nodig kan de behandelend zorgverlener het rookgedrag meenemen in de behandeling en om die reden registreren in het patiëntendossier.

Statement

De zorgorganisatie kan tabaksgebruikers zo nodig identificeren en passende zorg bieden volgens de internationale best-practice en nationale standaarden en wetgeving.

Identificatie, diagnostiek en stopbegeleiding

FAQ

Roken is de belangrijkste vermijdbare risicofactor voor ziekte en sterfte. Er sterven in Nederland meer mensen door roken (op dit moment zijn dat er 20.000 per jaar) dan door drank, drugs, misdaad en verkeer bij elkaar. Daarnaast werken behandelingen beter als er niet wordt gerookt, denk aan wond- en botgenezing, medicatie en chemotherapie.

Hoe de stoppen-met-roken zorg voor patiënten geregeld is, verschilt per organisatie. Sommige organisaties hebben een eigen rookstoppoli en stoppen-met-roken coaches, andere organisaties verwijzen naar de huisarts.

In veel organisaties bestond er reeds een protocol voor rokende patiënten, welke is aangepast/aangescherpt met het rookvrij worden van de zorginstelling. Momenteel wordt er een zakkaartje voor zorgprofessionals ontwikkeld over nicotinevervangers en doorverwijzing voor rokende patiënten (deze zal binnenkort in de toolkit worden geplaatst). 

Het kan voorkomen dat een patiënt die in een zorginstelling verblijft en bedlegerig is door omstandigheden niet wil/kan stoppen met roken. Deze patiënten krijgen dan nicotinevervangers aangeboden. Als dit niet werkt, dan kan hij contact opnemen met zijn behandelend arts. De arts denkt mee over een individuele oplossing. Aan anderen die willen roken, wordt gevraagd niet op het terrein te roken.

 

 

Vaak kiezen zorginstellingen in deze situatie voor een case by case behandeling en is daar geen aparte voorziening voor. Aandachtspunt hierbij is de brandveiligheid, dus overleg met de beveiliging wordt aangeraden. Immers, om een eenduidig beleid te trekken zijn er vaak voor niemand meer rookabri’s/-ruimtes intact.

Dit verschilt per ziekenhuis. Bij sommige ziekenhuizen is de psychiatrie uitgezonderd van het rookvrij beleid, bij andere is ook de psychiatrie rookvrij en bij weer andere volgt de psychiatrie later. Aan te raden is om sowieso extra aandacht aan te besteden aan deze afdeling (bijvoorbeeld met een projectleider).

Checklist

Download Checklist

Identificatie

  • Is roken onderdeel van het anamnese gesprek dat elke patiënt krijgt bij het eerste polibezoek?
  • Kent elke medewerker in uw organisatie de gevolgen van roken?
  • Wordt roken in uw organisatie gezien als een verslavingsziekte?
    • Kan iedereen het identificeren, erover documenteren en patiënten doorverwijzen?

Stoppen met roken hulp

  • Is het voor iedereen intern duidelijk wat er verwacht kan worden m.b.t. rokende patiënten?
    • Is het duidelijk wat u als organisatie wel en niet doet?
    • Is het voor iedereen duidelijk hoe uw organisatie het geregeld heeft?
  • Hebben rokende patiënten toegang tot evidence based zorg?
    • Zo niet, is het dan voor iedereen helder waar dit extern kan?
    • Zo niet, is er een sociale kaart voor stoppen met roken hulp binnen en buiten het ziekenhuis zodat men in de eigen regio de juiste zorg kan vinden?
  • Krijgen alle geïdentificeerde rokers (en eventueel hun partners) een stopadvies?
    • Is er in uw organisatie ook zorg voor meeroken (van bijvoorbeeld partner of kind)?
  • Worden alle interventies (stopadvies, informatieverschaffing, motiverende gespreksvoering) genoteerd in het patiëntendossier (m.a.w. worden ze gezien als een behandeling)?
    • En worden deze interventies ook schriftelijk overgedragen, intern en aan huisarts?
    • Worden hierbij ook de behoeften van de patiënt opgenomen?
    • Staat er in het dossier ook wat de reactie is van de patiënt is op het stopadvies?
  • Is er medicatie beschikbaar?
    • Is er over nagedacht over welke medicatie u wel/niet voorschrijft (met oog op contra-indicaties)?
    • En is er een protocol in welke fase van het behandelplan medicatie wordt voorgeschreven?
  • Heeft uw organisatie zorg op maat voor specifieke patiëntengroepen?
  • Is er informatie over tabaksconsumptie beschikbaar via verschillende kanalen?
    • Komt deze informatie overeen met wat er landelijk bekend is?

Alle toolkit pijlers